MP3
Bijbelgedeelten
- Psalm 121
Psalmberijming 1773
Songtekst
Vers 1
L'k Sla d' ogen naar 't gebergte heen,
Vanwaar ik dag en nacht
Des Hoogsten bijstand wacht.
Mijn hulp is van den HEER alleen,
Die hemel, zee en aarde
Eerst schiep, en sinds bewaarde.
Vers 2
Hij is, al treft u 't felst verdriet,
Uw wachter, die uw voet
Voor wankelen behoedt;
Hij, Isrels Wachter, sluimert niet;
Geen kwaad zal u genaken;
De HEER zal u bewaken.
Vers 3
Zijn wacht, waarop men hopen mag,
Zal, daar zij u bedekt,
En u ter schaduw strekt,
De maan bij nacht, de zon bij dag,
In koud' en gloed vermind'ren,
Opdat zij u niet hind'ren.
Vers 4
De HEER zal u steeds gadeslaan,
Opdat Hij in gevaar,
Uw ziel voor ramp bewaar';
De HEER, 't zij g' in of uit moogt gaan,
En waar g' u heen moogt spoeden,
Zal eeuwig u behoeden.
Over dit lied
Achtergrond
Psalm 121 is een pelgrimslied over vertrouwen op de HEERE. De dichter heft zijn ogen op naar de bergen en belijdt dat zijn hulp komt van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft. God sluimert en slaapt niet, maar bewaart Zijn volk voortdurend. Hij beschermt hen op al hun wegen en bewaart hun uitgang en ingang, van nu aan tot in eeuwigheid.