← Terug naar Liederen
Lied

De zondeval

God plaatste Adam en Eva in het paradijs om te leven tot zijn eer. Echter de satan verleide hen door de slang tot zonde, waardoor de schepping viel en de dood in de wereld kwam.

Genesis

Cover van De zondeval
Beluisteren

MP3

13:00
Bijbelgedeelten

Bijbelgedeelten

  • Genesis 2 en 3. Zie ook uitleg onder.
Songtekst

Songtekst

DE ZONDEVAL

DEEL 1 - HET PARADIJS

Vers 1

God had hemel, aard’ geschapen,

alles was zeer goed en schoon;

licht en leven, boom en bloemen,

droegen van Zijn wijsheid toon.

In het oosten lag een hof daar,

Eden, door de HEER geplant;

daar deed Hij de mens toen wonen,

werk van Zijne eigen hand.

Vers 2

Tot de mens bracht God de dieren,

Adam gaf hun ieder naam;

maar voor hem werd geen gevonden,

die als hulp hem bij kon staan.

Toen deed God een diepe slaap hem

vallen, nam een rib uit hem;

daaruit bouwde Hij de vrouw,

en Hij bracht haar Zelf tot hem.

Vers 3

Samen leefden zij in Eden,

in de hof door God bereid;

om die te bouwen en bewaren,

In gehoorzaamheid geleid.

Van de bomen mochten zij eten,

vrij genieten van Gods goed;

één slechts had de HEER verboden:

eet gij daarvan, dan volgt de dood.

DEEL 2 - DE ZONDEVAL

Vers 4

Toen kwam de slang tot Eva,

listig met een vragend woord:

„Heeft God waarlijk u verboden

dat gij van alle bomen eet?”

Eva sprak: „Wij mogen eten

van de vruchten van de hof;

maar die ene heeft God verboden,

anders wacht ons zeker dood.”

Vers 5

„Gij zult geenszins daarvan sterven,”

sprak de slang haar listig toe;

„uwe ogen zullen opengaan dan,

gij zult kennen kwaad en goed.”

Toen zij zag dat van die boomvrucht

goed tot spijze scheen te zijn,

Lust voor ‘t oog, begeerd tot wijsheid,

Nam zij van die vrucht en at.

Slot

Ook haar man gaf zij te eten,

en ook Adam nam en at;

beider ogen werden geopend,

en zij zagen: wij zijn naakt.

DEEL 3 - GOD KOMT

Vers 6

Toen de HEERE zijn stem liet horen

daar in de hof die dag,

schuilden zij tussen de bomen,

voor Zijn aangezicht met vrees.

“Adam, waar zijt gij?” zo riep de HEERE;

Adam hoorde ’s HEEREN stem:

“Ik ben naakt en werd bevreesd,

daarom heb ik mij verborgen.”

Vers 7

Tot de slang sprak God Zijn oordeel,

tot de vrouw van smart en pijn;

Adam zou met moeite eten,

doornen zouden om hem zijn.

Stof was hij en tot het stof

zou hij ten laatste wederkeren;

door de zonde kwam de dood nu,

naar het woord door God gesproken.

Slot

Maar reeds midden in het oordeel

liet de HEERE hope horen:

’t Zaad der vrouw zou eenmaal komen,

om de slangenkop te breken.

DEEL 4 - SLOT

Vers 8

De mens werd uit de hof verdreven,

Eden werd voor hen gesloten;

Cherubs met hun vlammend zwaard daar

hielden ’s levens boom besloten.

Maar de HEERE had gesproken:

’t vrouwenzaad zou eenmaal komen;

Hij zou door Zijn eigen lijden

satans macht voorgoed verbreken.

Achtergrond

Over dit lied

De zondeval

Dit lied vertelt hoe God hemel en aarde schiep en zag dat alles zeer goed was. In het oosten plantte Hij de hof van Eden, waar Hij Adam plaatste om die te bouwen en te bewaren. De mens mocht vrij eten van de bomen van de hof, behalve van de boom der kennis des goeds en des kwaads. Aan dit gebod verbond God een ernstige waarschuwing: ongehoorzaamheid zou de dood brengen (Genesis 1:31; 2:8–9 en 15–17).

God bracht de dieren tot Adam om ze een naam te geven, maar hij had zelf geen hulp die bij hem paste. Daarom deed de HEERE een diepe slaap op Adam vallen en bouwde Hij uit zijn rib de vrouw. Zo ontvingen Adam en Eva elkaar uit Gods hand en leefden zij samen in de volmaakte gemeenschap van het paradijs (Genesis 2:18–25).

Dan verschijnt de slang. Met een listige vraag trekt zij Gods Woord in twijfel en verleidt Eva met de belofte dat haar ogen geopend zullen worden. Eva neemt van de verboden vrucht en eet; daarna geeft zij ook aan Adam. Hun ogen worden inderdaad geopend, maar niet zoals zij hadden gehoopt: zij ontdekken hun naaktheid en verbergen zich uit vrees voor God (Genesis 3:1–8; 2 Korinthe 11:3).

Wanneer de HEERE hen ter verantwoording roept, wordt zichtbaar wat de zonde heeft aangericht. De gemeenschap met God is verbroken, moeite en smart komen in het menselijke bestaan en de dood doet zijn intrede. Door de zonde van één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood (Genesis 3:9–19; Romeinen 5:12).

Toch klinkt midden in het oordeel reeds een woord van hoop. God belooft dat het Zaad van de vrouw eenmaal de kop van de slang zal vermorzelen. Deze eerste Evangeliebelofte wijst vooruit naar Christus, Die gekomen is om de werken van de duivel te verbreken en hem die het geweld van de dood had, teniet te doen (Genesis 3:15; Hebreeën 2:14; 1 Johannes 3:8).

Adam en Eva worden uit de hof verdreven. Cherubs en een vlammend zwaard bewaken de weg naar de boom des levens. De mens kan uit zichzelf niet terugkeren tot de verloren gemeenschap met God (Genesis 3:22–24). Maar wat voor de mens onmogelijk werd, heeft God in Christus bereid. Tegenover Adams ongehoorzaamheid staat de volmaakte gehoorzaamheid van Christus, door Wie genade en leven worden geschonken aan schuldige mensen (Romeinen 5:18–19; 1 Korinthe 15:21–22).

De zondeval laat zo niet alleen zien waar zonde, lijden en dood hun oorsprong vonden, maar ook hoe God reeds aan het begin de komst van de Verlosser beloofde. De hof werd gesloten, maar in Christus wordt de weg tot het eeuwige leven geopend.

Toevoegen aan playlist

Naar mijn playlists →