MP3
Bijbelgedeelten
- Ezechiël H33 1-11
- Zie ook de beschrijving onder de songtekst.
Songtekst
Vers 1
Het Woord van God kwam tot mij neer,
Een stem vol majesteit en eer.
“Mensenkind,” sprak toen de HEER,
“Hoor Mijn woord en waarschuw hen.
Wanneer het zwaard het land bedreigt,
En angst de harten overvalt,
Blaas dan de bazuin luid en klaar,
Waarschuw ieder voor gevaar.”
Vers 2
Wie naar de bazuin niet wil horen,
Verwerpt het woord dat God hem zendt.
Hij draagt de schuld van eigen keus,
Wanneer God het oordeel velt.
Maar wie de waarschuwing aanvaardt,
En luistert naar Gods stem,
Die redt zijn leven door gehoor,
En vindt behoud bij Hem.
Refrein
Bekeert u, bekeert u,
Keer terug naar Mijn weg.
Waarom zoudt u sterven,
Wanneer Ik leven zeg?
God zegt: Bekeert u, bekeert u,
Verlaat het kwaad vandaag.
Mijn hart verlangt naar uw leven,
Niet naar uw ondergang.
Vers 3
Maar zwijgt de wachter op zijn post,
Terwijl hij 't onheil ziet,
Dan klinkt de bazuin niet door het land,
En waarschuwt hij hen niet.
Hun bloed zal God van hem eisen,
Hij zweeg waar hij moest spreken.
Gods Woord bereikte eerst zijn hart,
Maar werd door hem niet doorgegeven.
Refrein
Bekeert u, bekeert u,
Keer terug naar Mijn weg.
Waarom zoudt u sterven,
Wanneer Ik leven zeg?
God zegt: Bekeert u, bekeert u,
Verlaat het kwaad vandaag.
Mijn hart verlangt naar uw leven,
Niet naar uw ondergang.
Vers 4
Zo waar als Ik leef, spreekt de HEER,
Ik vind geen vreugde in uw dood.
Maar keer terug tot Mij en leef,
Verlaat uw boze weg.
Keer terug, keer toch terug,
Waarom zoudt u sterven?
Ik heb geen lust in uw ondergang;
Keer terug… en leef.
Slot
Waarom zoudt u sterven,
Waarom die weg nog gaan?
Keer om, kom tot Mij en leef!
Mijn roep blijft tot u gaan.
Kom tot Mij en leef...
Kom tot Mij en leef...
Over dit lied
De wachter op de muur
In Ezechiël 33:1–11 gebruikt de HEERE het beeld van een wachter op de stadsmuur. Een wachter moest uitzien over het land. Wanneer hij gevaar zag naderen, moest hij op de bazuin blazen en de inwoners waarschuwen.
Met dit beeld maakt God duidelijk welke verantwoordelijkheid Hij aan de profeet Ezechiël heeft gegeven. Ezechiël moet het volk waarschuwen voor het oordeel, maar tegelijk klinkt er een indringende boodschap van genade: God roept de goddeloze niet tot bekering omdat Hij behagen heeft in zijn ondergang, maar omdat Hij wil dat hij zich bekeert en leeft.
De wachter ziet het gevaar
Wanneer het volk een wachter aanstelt en deze het zwaard ziet komen, moet hij op de bazuin blazen.
Wie de waarschuwing hoort maar haar naast zich neerlegt, draagt zelf de verantwoordelijkheid voor wat er daarna gebeurt. Hij heeft het geluid van de bazuin gehoord, maar wilde er niet naar luisteren.
Wanneer de wachter echter het gevaar ziet en níét waarschuwt, ligt dat anders. De mensen kunnen nog steeds om hun eigen ongerechtigheid omkomen, maar God zegt:
„…zijn bloed zal Ik van des wachters hand eisen.”
De wachter is dus niet verantwoordelijk voor de reactie van de mensen, maar wel voor het getrouw doorgeven van de waarschuwing.
Ezechiël wordt tot wachter gesteld
Vervolgens past de HEERE het beeld rechtstreeks op Ezechiël toe:
„Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls…”
Ezechiël moet niet zijn eigen boodschap bedenken. Hij moet eerst het Woord uit Gods mond horen en vervolgens het volk namens God waarschuwen.
Dat is belangrijk. De wachter bepaalt niet zelf waar het gevaar ligt. Hij geeft door wat God gesproken heeft.
Wanneer God tegen de goddeloze zegt dat hij zal sterven als hij op zijn verkeerde weg doorgaat, moet Ezechiël die boodschap niet verzachten of verzwijgen. Het is juist zijn roeping om de zondaar te waarschuwen.
Waarom waarschuwt God?
Daarmee zou de boodschap alleen dreigend kunnen klinken. Maar in vers 11 laat God zien waarom Hij waarschuwt.
„Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve.”
Daarom volgt onmiddellijk de oproep:
„Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?”
Dat geeft de waarschuwing van de wachter een heel andere diepte.
De bazuin klinkt niet alleen omdat het oordeel komt. De bazuin klinkt opdat mensen zich zullen omkeren voordat het oordeel komt.
God waarschuwt omdat er nog een weg terug is.
„Bekeert u, bekeert u”
De dubbele oproep maakt de ernst voelbaar. God zegt niet slechts wat er verkeerd is, maar roept het volk daadwerkelijk terug:
Keer om. Verlaat die weg. Waarom zoudt gij sterven?
Daarom horen waarschuwing en genade in dit gedeelte bij elkaar. Wie alleen spreekt over Gods oordeel, mist iets wezenlijks van Ezechiël 33. Maar wie alleen spreekt over Gods liefde en de waarschuwing weglaat, doet dat eveneens.
Dezelfde God Die zegt dat de goddeloze zal sterven wanneer hij op zijn weg voortgaat, zegt:
„Bekeert u … want waarom zoudt gij sterven?”
Een boodschap die ook nu nog spreekt
De bijzondere opdracht om wachter over Israël te zijn werd aan Ezechiël gegeven. Toch herkennen we in zijn opdracht ook de roeping van predikers: Gods Woord getrouw doorgeven en te waarschuwen voor de gevolgen van de zonde.
De ernst van zonde en oordeel mag niet verzwegen worden, de waarschuwing heeft een doel: de mensen oproepen tot bekering en zich tot God te wenden.
In het Evangelie wordt die roep nog duidelijker. Christus verkondigde:
„Bekeert u en gelooft het Evangelie.” — Markus 1:15
De waarschuwing drijft daarom niet tot wanhoop, maar wijst de weg naar behoud.
De kern van De wachter op de muur
De wachter staat op de muur en ziet het gevaar komen. Hij kan het gevaar niet wegnemen en hij kan de mensen niet dwingen te luisteren.
Maar hij kan — en moet — de bazuin laten klinken.
Zo moest Ezechiël Gods Woord verkondigen: eerlijk over het oordeel, maar tegelijk met Gods dringende oproep tot bekering.
Want achter de waarschuwing klinkt het hart van de boodschap:
Keer terug. Blijf niet op de weg die naar de dood voert. God heeft geen lust in uw ondergang. „Bekeert u, bekeert u… want waarom zoudt gij sterven?”
Bijbelgedeelte: Ezechiël 33:1–11. .