← Terug naar Liederen
Lied

De voorstelling in de tempel

Op de veertigste dag na Jezus geboorte gingen Jozef en Maria met Hem naar de tempel om Hem de Heere voor te stellen. Daar ontmoeten zij Simeon en Anna.

Lukas

Cover van De voorstelling in de tempel
Beluisteren

MP3

4:45
Bijbelgedeelten

Bijbelgedeelten

  • Lukas 2 22-39
  • Zie ook de beschrijving onder de songtekst.
Songtekst

Songtekst

Vers 1

Veertig dagen waren omgegaan,

Jozef en Maria brachten toen hun Kind.

Naar ’t heilig huis van Israëls God,

zoals de wet gebiedt.

Een offer van de eenvoud slechts,

twee duiven in hun hand.

Maar niemand zag welk Offer daar,

verscheen voor heel het land.

Vers 2

Daar was toen de oude Simeon,

rechtvaardig voor zijn God.

Hij wachtte op de troost van Israël.

Geleid door Geesteslicht.

De Heilige Geest had hem beloofd,

"De Christus zult gij zien".

En toen hij 't Kind in armen nam,

begon hij te zingen:

Vers 3

"Nu laat Gij, HEER, Uw dienstknecht gaan,

in vrede naar Uw woord.

Mijn ogen hebben nu aanschouwd,

het heil door U bereid.”

Maar Simeon sprak ook tot Maria:

"Een zwaard zal door u gaan.

Dit Kind zal velen doen verrijzen,

maar ook ten val doen staan."

Vers 4

Ook Anna kwam op dat moment,

een weduwe op leeftijd.

Zij diende God met vasten steeds,

dag en nacht in heiligheid.

Zij loofde God met blijde stem,

en sprak tot ieder voort,

die uitzag naar Jeruzalems heil:

"De Verlosser is geboren."

Vers 5

Nog klinkt de stem van Simeon,

"Mijn ogen zagen Hem."

Wie Christus ziet door 't ware geloof,

vindt vrede bij Hem.

Van tempel naar de wereld uit,

klinkt nu het blijde lied:

God heeft Zijn Zoon aan ons gegeven,

wie in Hem gelooft, sterft niet.

Achtergrond

Over dit lied

De voorstelling in de tempel

In Lukas 2:22–38 lezen we hoe Jozef en Maria, kort na de geboorte van Jezus, met Hem naar de tempel in Jeruzalem gaan. Daar ontmoeten zij twee oude mensen die al lange tijd uitzien naar Gods verlossing: Simeon en Anna.

Op het eerste gezicht is het een eenvoudige gebeurtenis. Een arm Joods gezin komt met een Kind naar de tempel om te doen wat de wet van Mozes voorschrijft. Maar juist daar maakt God bekend Wie dit Kind werkelijk is.

Simeon neemt Hem in zijn armen en zegt dat zijn ogen Gods zaligheid hebben gezien. Anna herkent eveneens wat God doet en spreekt over het Kind tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachten.

Jozef en Maria gehoorzamen aan Gods wet

Jezus werd geboren onder de wet. Daarom handelen Jozef en Maria overeenkomstig hetgeen God aan Israël had voorgeschreven.

Na de geboorte moest Maria volgens Leviticus 12 de voorgeschreven reiniging volbrengen. Bovendien moest volgens Exodus 13 iedere eerstgeboren zoon aan de HEERE geheiligd worden.

Lukas benadrukt verschillende keren dat alles gebeurde:

„…naar de wet des Heeren.”

Daarmee zien we vanaf het begin dat Jezus opgroeit binnen het verbond en onder Gods wet.

Later schrijft Paulus daarover:

„…God heeft Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”

— Galaten 4:4

Twee duiven

Jozef en Maria brengen als offer:

„Een paar tortelduiven, of twee jonge duiven.”

Dat is veelzeggend.

Volgens Leviticus 12 mocht iemand die niet in staat was een lam te brengen, twee duiven offeren. Het offer dat Jozef en Maria meenemen, wijst daarom op hun eenvoudige omstandigheden.

De Zoon van God wordt niet voorgesteld door een rijke familie met een kostbaar offer.

Hij komt in armoede.

Paulus zal later over Christus schrijven:

„…dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was…”

— 2 Korinthe 8:9

Simeon wacht op de Vertroosting Israëls

In Jeruzalem woont ondertussen een man genaamd Simeon.

Lukas beschrijft hem als rechtvaardig en godvrezend. Hij verwacht:

„de Vertroosting Israëls.”

De Heilige Geest heeft hem bovendien bekendgemaakt dat hij niet zal sterven voordat hij de Christus des Heeren gezien heeft.

Hoe lang Simeon daarop gewacht heeft, weten we niet.

Maar op precies het juiste moment wordt hij door de Geest naar de tempel geleid.

Daar ziet hij Jozef en Maria binnenkomen met hun Kind.

Voor de andere aanwezigen zal het waarschijnlijk een gewoon gezin zijn geweest.

Maar Simeon ziet méér.

„Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien”

Simeon neemt Jezus in zijn armen en looft God:

„Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord; want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.”

Dat is een bijzonder moment.

Simeon zegt niet alleen dat hij Degene Die verlossing zal brengen heeft gezien. Hij noemt het Kind Zelf:

„Uw zaligheid.”

Gods verlossing ligt voor hem niet in de eerste plaats in een gebeurtenis, een systeem of een menselijke prestatie.

De zaligheid is verbonden aan een Persoon.

Simeon houdt Christus in zijn armen.

Een Licht voor de heidenen

Simeon gaat verder:

„Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.”

Daarmee wordt duidelijk dat Jezus niet alleen gekomen is voor Israël.

De belofte van God reikt tot de volken.

Dat sluit aan bij de profetieën van Jesaja, waarin de Knecht des HEEREN wordt genoemd:

„…een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.”

— Jesaja 49:6

De wijzen uit het Oosten hadden daarvan als het ware al iets zichtbaar gemaakt. Mensen uit de heidenen kwamen naar Bethlehem om de geboren Koning te aanbidden.

Nu spreekt Simeon het uit:

Dit Kind is het Licht voor de volken.

Maar Simeon spreekt ook over strijd

De woorden van Simeon zijn niet alleen vol vreugde.

Hij zegt tegen Maria:

„Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.”

Christus zal mensen niet onverschillig laten.

Sommigen zullen Hem verwerpen. Anderen zullen door Hem worden opgericht. Rond Hem zullen de gedachten van de harten openbaar worden.

En vervolgens zegt Simeon persoonlijk tegen Maria:

„En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan…”

Bij het begin van Jezus’ leven valt daarmee al een schaduw van het toekomstige lijden.

Maria zal haar Zoon verworpen en uiteindelijk gekruisigd zien worden.

De weg naar de zaligheid waarover Simeon zingt, zal lopen langs het kruis.

Anna, de profetes

Dan verschijnt een tweede getuige: Anna.

Zij is een profetes, een dochter van Fanuël, uit de stam van Aser. Zij is op hoge leeftijd en heeft na een kort huwelijk vele jaren als weduwe geleefd.

Lukas vertelt dat zij:

„…niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag.”

Ook zij behoort tot degenen die uitzien naar Gods verlossing.

Op hetzelfde moment komt zij erbij staan.

En ook Anna herkent in dit Kind Gods antwoord.

Anna kan er niet over zwijgen

Van Anna lezen we:

„En deze te dier ure daarbij komende, heeft insgelijks den Heere beleden…”

Maar daar blijft het niet bij.

Zij:

„…sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.”

Dat is prachtig.

Simeon neemt Christus in zijn armen en looft God.

Anna ziet Christus en begint over Hem te spreken.

Wie jarenlang naar de verlossing heeft uitgezien, kan niet zwijgen wanneer de Verlosser gekomen is.

Twee oude mensen en een klein Kind

Er zit een bijzondere tegenstelling in deze geschiedenis.

Simeon staat aan het einde van zijn leven. Anna is zeer oud.

Jezus staat helemaal aan het begin van Zijn aardse leven.

Toch rust de hoop van deze oude mensen volledig op dit kleine Kind.

Simeon kan zelfs in vrede sterven omdat hij Christus heeft gezien:

„Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede…”

Niet omdat Simeon alles van Jezus’ toekomstige werk al heeft meegemaakt. Golgotha en de opstanding moeten nog komen.

Maar God heeft Zijn belofte vervuld.

De Christus is gekomen.

En dat is voor Simeon voldoende om in vrede heen te gaan.

De kern van De voorstelling in de tempel

Deze geschiedenis laat zien hoe God Zijn beloften vervult.

Jozef en Maria komen in gehoorzaamheid met hun Kind naar de tempel. Zij brengen het eenvoudige offer van twee duiven.

Maar God zorgt ervoor dat daar twee mensen aanwezig zijn die al lange tijd naar Zijn heil uitzien.

Simeon wachtte op de Vertroosting Israëls — en mocht Christus in zijn armen nemen.

Anna verwachtte de verlossing — en toen zij Christus zag, begon zij over Hem te spreken.

Daarmee wijst deze geschiedenis uiteindelijk verder dan Simeon en Anna.

Het gaat om het Kind Dat zij zagen.

Hij is Gods zaligheid. Hij is het Licht voor de heidenen. Hij is de heerlijkheid van Israël. Hij zal tegengesproken worden. En door Zijn lijden zal de weg tot verlossing worden geopend.

Simeon kon daarom zeggen:

„Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien.”

Bijbelgedeelten: Lukas 2:22–38; Leviticus 12:1–8; Exodus 13:1–2, 11–15; Jesaja 49:6; Galaten 4:4–5.

Toevoegen aan playlist

Naar mijn playlists →