← Terug naar Liederen
Lied

Zie en leef

De Israelieten moesten in de woestijn opzien naar de de koperen slang. Christus vertelde Nicodemus dat wij zo moeten opzien op Hem.

Exodus en Johannes

Cover van Zie en leef
Beluisteren

MP3

3:39
Bijbelgedeelten

Bijbelgedeelten

  • Zie de beschrijving onder de songtekst.
Songtekst

Songtekst

Vers 1

Uit Egypte trok eens Israëls volk

door de dorre, hete woestijn.

Maar zij morden tegen God en Mozes,

wilden niet gehoorzaam zijn.

Toen zond God vurige slangen;

velen stierven door hun beet.

En het volk beleed zijn zonden:

„Bid dat God ze van ons neemt.”

Vers 2

Toen sprak God tot Mozes, Zijn knecht:

„Maak een koperen slang en hef haar hoog.”

Ieder die door gif getroffen

naar de slang opzag,

zou niet sterven, maar mocht leven,

zoals God gesproken had.

Niet door eigen kracht of werken,

maar door ’t zien dat redding gaf.

Vers 3

Eeuwen later sprak de Heiland

tot Nicodemus in de nacht:

„Zoals Mozes eens de slang

in de woestijn hoog verhief,

zo wordt ook de Zoon des mensen

aan het kruishout straks verhoogd,

opdat wie gelovig op Hem ziet,

niet verderft, maar eeuwig leeft.”

Vers 4

Ook in ons werkt ’t gif der zonde,

dat ons voert naar eeuw’ge dood.

Eigen werken kunnen nimmer

ons verlossen uit die nood.

Maar God heeft het Heil gegeven:

Christus stierf voor ons aan ’t kruis.

Wie als stervende op Hem ziet,

vindt bij Hem een eeuwig thuis.

Slot

Zie op Christus, zie en leef;

zie op Hem, door God gegeven.

Wie in Hem gelooft, zal niet verderven,

maar ontvangt het eeuwig leven.

Achtergrond

Over dit lied

Zie en leef

Het lied „Zie en leef” verbindt de geschiedenis van de koperen slang in de woestijn met het verlossingswerk van de Heere Jezus Christus.

Tijdens de reis door de woestijn kwam Israël in opstand tegen God en Mozes. Als oordeel over hun ongehoorzaamheid zond de HEERE vurige slangen onder het volk. Velen werden gebeten en stierven. Toen de Israëlieten hun zonden beleden, bad Mozes voor hen. God nam de slangen niet onmiddellijk weg, maar gaf Zelf een weg tot behoud: Mozes moest een koperen slang maken en deze hoog op een stang plaatsen. Wie gebeten was en naar de slang opzag, mocht leven. Niet door eigen kracht of verdienste, maar door Gods woord te geloven en te zien op het teken dat Hij gegeven had. Deze geschiedenis staat beschreven in Numeri 21:4–9.

Eeuwen later gebruikte de Heere Jezus deze gebeurtenis in Zijn nachtelijke gesprek met Nicodemus. Hij sprak: „En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe” (Johannes 3:14–15). De koperen slang wees daarmee vooruit naar Christus, Die aan het kruis verhoogd zou worden en de straf op de zonde zou dragen. Direct daarna klinkt de bekende belofte van Johannes 3:16: God gaf Zijn eniggeboren Zoon, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Ook in ons werkt het dodelijke gif van de zonde. „De bezoldiging der zonde is de dood,” maar „de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere” (Romeinen 6:23). Geen eigen werk en geen menselijke verdienste kan ons daarvan verlossen. De zaligheid is uit genade, door het geloof, en niet uit de werken (Efeze 2:8–9).

God heeft in Zijn genade een volkomen Zaligmaker gegeven. Zoals de gebeten Israëliet slechts hoefde op te zien naar Gods teken van behoud, zo mag een verloren en stervende zondaar gelovig zien op Christus. „Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde!” (Jesaja 45:22).

De boodschap van dit lied is daarom eenvoudig en indringend: zie niet op uzelf of op uw eigen werken, maar zie op Christus. Hij is door God gegeven tot behoud van zondaren: „Zie op Christus, zie en leef.”

Toevoegen aan playlist

Naar mijn playlists →