← Terug naar Liederen
Lied

De doofstomme man

Een doofstomme man wordt door de mensen tot Jezus gebracht

Marcus

Cover van De doofstomme man
Beluisteren

MP3

6:19
Bijbelgedeelten

Bijbelgedeelten

  • Zie uitleg onder.
Songtekst

Songtekst

DE DOOFSTOMME MAN

DEEL 1 - EEN WERELD ZONDER GELUID

Vers 1

Hij zag de mensen tot zich spreken,

maar hoorde nimmer wat men zei;

hun lippen zag hij woorden vormen,

hun stemmen gingen hem voorbij.

Geen roep kon tot zijn oren komen,

geen stem bereikte zijn gehoor;

hij leefde midden tussen mensen,

maar hun woorden kwamen nimmer door.

Vers 2

Ook spreken viel hem zwaar en moeizaam,

zijn tong bracht woorden moeilijk voort;

wat in zijn hart aan woorden leefde,

werd door een ander slecht gehoord.

Hoe moeilijk was het te vertellen

wat hem benauwde of verblijdde;

hoe moeilijk anderen te verstaan ook,

wanneer hun stem hem niet bereikte.

Vers 3

Maar mensen hadden van Jezus gehoord,

van Hem en Zijn grote macht;

zij namen daarom deze dove

en hebben hem tot Jezus gebracht.

Zij baden Hem de hand te leggen

op hem die nauwelijks spreken kon;

zij konden zelf zijn oren niet openen,

maar wisten Wie hem helpen kon.

Slot

Zo stond hij midden in de schare,

een dove voor des Heeren oog;

al kon hij ’s Heilands stem niet horen,

de Heere kende toch zijn nood.

DEEL 2 - EFFATHA!

Vers 4

Toen nam de Heiland hem terzijde,

ver van de schare, heel alleen;

Hij wilde Zelf deze dove leiden,

en ging persoonlijk met hem heen.

Zijn vingers bracht Hij aan zijn oren,

zijn tong werd door Zijn hand geraakt;

zo liet de Heiland hem gevoelen

waar Hij Zijn wonder werken zou.

Vers 5

Toen zag de Heiland op ten hemel,

en zuchtte om des mensen nood;

Toen sprak de Heiland: “Effatha”,

“Wordt geopend” was Zijn woord.

Zijn oren werden toen geopend,

de band der tong werd losgemaakt;

nu kon hij horen wat men zeide,

en sprak hij helder, goed en recht.

Vers 6

De mensen konden het niet zwijgen,

hoezeer Hij hun het ook verbood;

zij riepen uit in hun verbazing

wat Christus deed in deze nood:

„Hij heeft alles wel gedaan!”

zo klonk het onder hen alom;

„Hij doet de doven weder horen,

en spreken doet Hij ook den stom.”

Slot

O Heere, spreek tot ons ook: „Effatha!”

open ons oor om U te horen;

maak onze tong bereid tot spreken,

om Uw grote Naam te eren.

Achtergrond

Over dit lied

De doofstomme man – Effatha!

De geschiedenis van de doofstomme man staat beschreven in Markus 7:31–37. Nadat Jezus het gebied van Tyrus en Sidon had verlaten, kwam Hij door het midden van Dekapolis bij de Zee van Galilea. Daar brachten mensen een man tot Hem die doof was en moeilijk sprak. Zij baden Jezus dat Hij hem de hand zou opleggen (Markus 7:31–32).

Het leven van deze man werd gekenmerkt door afzondering. Hij zag de mensen spreken, maar kon hun stemmen niet horen. Ook kon hij nauwelijks onder woorden brengen wat er in hem omging. Toch waren er mensen die zijn nood zagen. Zij konden zijn oren niet openen en zijn tong niet losmaken, maar zij brachten hem tot Degene van Wie zij hadden gehoord dat Hij machtig was om te helpen.

Jezus nam de man apart van de menigte. Hij behandelde hem niet als een bezienswaardigheid, maar ontmoette hem persoonlijk in zijn nood. Omdat de man Zijn woorden niet kon horen, maakte Jezus hem door zichtbare aanrakingen duidelijk wat Hij ging doen: Hij stak Zijn vingers in zijn oren en raakte zijn tong aan (Markus 7:33). Zo daalde Christus liefdevol af tot de beperkte belevingswereld van deze man.

Daarna zag Jezus op naar de hemel en zuchtte. In die zucht klinkt Zijn bewogenheid met de nood die de zonde in de wereld heeft gebracht. Ziekte, gebrokenheid en dood behoorden niet tot Gods goede schepping, maar zijn gevolgen van de val van de mens (Genesis 1:31; Romeinen 5:12; 8:22–23). Christus stond hier niet machteloos tegenover deze nood; Hij zou haar door Zijn lijden en sterven uiteindelijk dragen en overwinnen.

Jezus sprak slechts één woord: „Effatha!”, dat betekent: „Word geopend!” Onmiddellijk werden de oren van de man geopend, werd de band van zijn tong losgemaakt en sprak hij duidelijk (Markus 7:34–35). Wat voor mensen onmogelijk was, volbracht Christus door Zijn almachtige woord.

Dit wonder vervulde wat de profeet Jesaja over de komst van de Messias had voorzegd: „Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden. […] en de tong des stommen zal juichen” (Jesaja 35:5–6). Het openen van de oren en het losmaken van de tong waren tekenen dat in Christus het beloofde Koninkrijk van God was nabijgekomen.

Hoewel Jezus de mensen gebood het wonder niet verder te vertellen, verkondigden zij het des te meer. Zij waren bovenmate verslagen en riepen uit: „Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken” (Markus 7:36–37). Hun woorden herinneren aan het begin van de schepping, toen God zag dat alles wat Hij gemaakt had zeer goed was (Genesis 1:31). In de genezing door Christus wordt iets zichtbaar van het herstel dat Hij brengt.

De geschiedenis heeft ook een geestelijke toepassing. Van nature horen wij Gods stem niet zoals wij behoren en gebruiken wij onze tong niet tot Zijn eer. Daarom hebben ook wij het wonder van Gods genade nodig. Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God (Romeinen 10:17). De bede uit het slot van het lied sluit daarbij aan: „Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen” (Psalm 51:17).

De doofstomme man vertelt daarom niet alleen over geopende oren en een losgemaakte tong. Het lied wijst ons op Christus, Die Zich persoonlijk ontfermt over mensen die zichzelf niet kunnen helpen. Zijn machtswoord klinkt nog altijd door het Evangelie: „Effatha – word geopend.”

Toevoegen aan playlist

Naar mijn playlists →