MP3
Bijbelgedeelten
- Genesis 6-8
Songtekst
NOACH - DE ZONDVLOED
Deel 1 - Noach vond genade
Vers 1
Toen de aarde was verdorven,
vol van onrecht en geweld,
zag de HEERE d’aard der mensen:
ieder hart op kwaad gesteld.
Al hun denken, al hun streven
was voortdurend boos en slecht;
en het smartte God in ’t hart
dat de mens Hem had veracht.
Vers 2
Maar Noach vond bij God genade,
wandelde oprecht met Hem;
te midden van een boos geslacht
luisterde hij naar Gods stem.
Toen heeft God tot hem gesproken:
“’t Eind van al het vlees is daar,
want de aarde is vol geweld;
Noach, hoor Mijn woorden aan.”
Slot
God verdraagt de zonde lang,
maar Zijn oordeel komt gewis.
Zalig wie Zijn roep mag horen
en bij Hem geborgen is.
Deel 2 - Door het geloof gebouwd
Vers 3
God sprak tot Noach: “Bouw een ark,
maak haar sterk van goferhout;
deel haar af in vele kamers,
zoals Ik het u ontvouw.
Want een vloed zal straks de aarde
dekken door Mijn Godsgericht;
maar met u maak Ik Mijn verbond:
in de ark is uw behoud.”
Vers 4
Jaren klonk de slag der hamer,
dag aan dag ging Noach voort.
Om hem heen ging elk zijn wegen,
niemand achtte op Gods Woord.
Door ’t geloof volbracht hij alles,
zoals God hem had gezegd;
wat voor mensen dwaas mocht schijnen,
werd door Noach niet weerlegd.
Slot
Geloof rust enkel op Gods spreken,
ook als niets vervulling meldt;
het gehoorzaamt en blijft wachten,
omdat Gods belofte geldt.
Deel 3 - Toen sloot de HEERE toe
Vers 5
Van de dieren kwamen zij,
twee aan twee naar Gods bevel;
van de reine zeven paren,
zoals God het had verteld.
Noach ging met heel zijn huis
door de open deur naar binnen;
toen heeft God de deur gesloten:
daar mocht hun behoud beginnen.
Vers 6
Toen ontsprongen de fonteinen,
veertig dagen viel de regen;
water steeg tot boven bergen,
alles werd door vloed bedekt.
Honderdvijftig dagen dreven
Noach en de zijnen voort;
veilig in de ark geborgen,
naar de waarheid van Gods Woord.
Slot
In het oordeel op de aarde
had God Zelf behoud bereid.
Hij bewaarde Noach veilig
in de ark der zekerheid.
Deel 4 - God gedacht aan Noach
Vers 7
Maar God dacht opnieuw aan Noach
en aan al wat bij hem was;
Hij deed wind gaan over ’t water,
en de watervloed nam af.
Eerst vloog uit de ark een raaf,
daarna werd een duif gezonden;
met een olijfblad keerde zij terug:
droge aarde werd gevonden.
Vers 8
Toen sprak God: “Ga uit de ark,
met al wat leeft, bewoon de aarde.”
Mens en dier traden naar buiten;
bij het altaar dankte Noach Hem.
God stelde Zijn boog in de wolken
tot een teken van ’t verbond:
“Nooit zal meer een vloed verderven
al wat op de aarde woont.”
Slot - God verdraagt de zonde lang
God verdraagt de zonde lang;
Zijn oordeel komt gewis.
Maar Hij zal Zijn kind’ren dragen
die Hij nooit vergeten is.
Wie bij Hem zijn schuilplaats vinden,
worden door Zijn trouw bewaard;
want de HEERE houdt Zijn woorden,
zoals ’t teken ons verklaart.
Over dit lied
Dit lied bestaat uit 5 delen en verhaalt:
- De toestand in de eerste wereld en Noach die genade vindt.
- Noach die de ark gaat bouwen.
- De dieren en Noach gaan in de ark. De fonteinen worden geopend.
- Noach gaat uit de ark.
- God versdraagt de zonde lang, maar er is een grens.